Reportage: De beelden van Marín, je kunt er niet omheen

Midden op het Lange Voorhout in Den Haag, rechtop, staan twee grote lichtbruine ringen opgesteld. Iedere ring is gevuld met hoofden, armen en benen: een wirwar van ledematen, bijeengehouden door stukken ijzerdraad.

(Deze reportage verscheen in Trouw, 10 juni 2009). PDF-versie: De beelden van Marín-Nels Fahner

De beelden zijn met zwier gevormd. Barok. Tegelijkertijd is hun houding gespannen, angstig. Voorbijgangers houden even de pas in of maken een foto. Een ouder echtpaar staat te kijken. De man loopt er eens omheen, kijkt aandachtig naar de hoofden: „Er zitten geen vrolijke gezichten bij”. Zijn vrouw, wijzend naar de magere mensengestalten: „Het doet me aan de hongerwinter denken”.

De kunst van de Mexicaan Javier Marín is kolossaal en confronterend. Even verderop zijn negen ruiters te zien en drie reusachtige koppen, als door een god op de grond gesmeten. De achttien beelden van de kunstenaar die de komende maanden in Den Haag staan opgesteld zijn expressief en spreken direct aan. John Sillevis, de gastconservator van Den Haag Sculptuur, die Marín naar Nederland haalde, noemt het werk van Javier herkenbaar. Het heeft volgens hem verschillende betekenislagen. Wie goed naar de barokke koppen kijkt, ziet dat veel neuzen zijn gemodelleerd naar een Azteeks schoonheidsideaal. De Azteken vonden dat een neus op die van een adelaar moest lijken en probeerden deze vervorming te realiseren met behulp van ijzeren pinnen.

Waarom die combinatie van barokke, westerse invloeden en Azteekse trekken? Sillevis: „In de kunst van Javier Marín speelt zich een innerlijk conflict af.” Die strijd is typerend voor het werk van de Mexicaan. De geschiedenis van Mexico is er één van angst en overheersing. Op plaatsen van eerdere beschavingen, zoals de Azteken, de Olmeken en de Maya’s, bouwden de Spanjaarden pontificaal een katholieke kathedraal. Soms hadden de koloniale overheersers inheemse beeldhouwers in dienst, die de weelderige kerkkunst vermengden met indiaanse motieven. Zo ontstond een Zuid-Amerikaanse barok, die het conflict tussen de beschavingen verbeeldde. Het postmoderne werk van Marín, zelf van gemengd bloed, is doortrokken van dat conflict, die strijd om de eigen identiteit. De angst die daarmee gepaard gaat, is in alle beelden terug te zien.

Bij de Azteken was er ook reden voor angst, als je ’schoon van gestalte’ was tenminste. Sillevis: „Mensen die mooi waren liepen kans aan de goden geofferd te worden”. Sommige glorieuze mensen van Marín zijn, voor wie goed kijkt, met een onheilspellend merkteken gedoemd.

Het kunstwerk met de twee ringen met ledematen heet Chalchihuitl. Die naam betekent ’Jade’, als een verwijzing naar de met jade, een kostbare stof, getooide watergodin van de Azteken. Chalchihuitl betekent echter ook ’als twee druppels’, vandaar de twee ronde ringen. Die druppels staan voor de twee onmisbare levenssappen: water en bloed. Het ronde kunstwerk met zijn ledematen is daarom een verwijzing naar de cyclus van leven en dood. Sillevis: „Uit ondergang en verderf ontstaat nieuw leven.”

Een vrachtauto komt voorrijden. Twee mannen bouwen een van de laatste beelden – een bronzen vrouw met een verwilderde uitdrukking op haar gezicht – in stukken op. „Een laatkomertje”, zegt Sillevis. In de lindebomen hangen grote lampen, zodat de beelden ’s avonds grillig verlicht zijn. Hoog boven de passanten draven negen paarden van kunsthars door de lucht. De kantoorlingen kijken schichtig naar boven. In de verte kijken twee grote hoofden, ondersteboven als van koningen in het stof, zwijgend toe. De beelden van Marín: je kunt er niet omheen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s