Daten met een tuba. Interview met Marco de Souza

Geef alle kinderen een muziekinstrument en de kans om te leren spelen. Vanuit die gedachte ontstond in de Amsterdamse Bijlmer het Leerorkest, met nu 500 kinderen.

(Dit stuk verscheen op 12 juni 2009 in Trouw. PDF-versie: Daten met een tuba-Nels Fahner)

Het jochie is een jaar of tien en bespeelt zijn cello met een dromerige concentratie. Grote ogen. Een snelle blik naar de dirigent en dan weer turen naar de partituur. Verderop zit een ventje met een hoorn op schoot. Hij heeft even niets te doen en deint vrolijk mee op de muziek.

De jongens maakten gisteren samen met zo’n vijfhonderd andere basisschoolleerlingen hun debuut in het Amsterdamse Concertgebouw. De kinderen zitten op het Leerorkest: ze krijgen elke week een uur muziekles op hun eigen basisschool, onder schooltijd, op klassieke instrumenten.

Het klinkende resultaat werd gisteren gepresenteerd en daar bleef het niet bij: na afloop werd aan minister Ronald Plasterk een advies-pamflet aangeboden over de toekomst van het muziekonderwijs in Nederland. „Muziek maken moet voor kinderen net zo vanzelfsprekend worden als rekenen en schrijven.”

Volgens Marco de Souza, directeur Muziekcentrum Amsterdam Zuidoost en initiator van het Leerorkest, is het op veel scholen dramatisch gesteld met het muziekonderwijs. „Op sommige pabo’s wordt maar negen uur per jaar aan muziek besteed.” Basisscholen doen wel aan muziekeducatie, maar alleen in de vorm van tijdelijke projecten.

Dan zijn er natuurlijk nog de muziekscholen. De Souza: „Het aantal kinderen dat daarvan gebruik maakt is heel klein. In Amsterdam zit maar 4,5 procent van de kinderen op een muziekschool, in wijken als de Bijlmer gaat het om 2,7 procent.” De Souza begrijpt dat wel: „Muziekles kost geld: er moeten boeken worden gekocht, een kind moet gehaald en gebracht worden”. Veel ouders brengen dit niet op.

Het gevolg is dat een kind met een muziekinstrument een zeldzaamheid is geworden. En dat is jammer. Volgens wetenschappelijk onderzoek heeft muziek maken veel positieve gevolgen voor kinderen. Vooral voor sociaal zwakkere leerlingen. De Souza: „Kinderen die gewend zijn samen muziek te maken kunnen zich volgens onderzoek twee keer zo goed concentreren als kinderen die dat niet doen.”

Sinds vijf jaar worden deze mogelijkheden benut in het Leerorkest, een project dat geboren werd in de Bijlmer. Marco de Souza werd aanvankelijk voor gek verklaard toen hij voorstelde om een symfonieorkest op te richten met kinderen uit Amsterdam Zuidoost. Een kind van Ghanese afkomst heeft toch veel meer met een djembé dan met een fagot? De Souza: „Kinderen denken heel anders over muziek. Ze horen gekke geluiden. Dat betovert ze. Ze kiezen voor een fagot omdat ze die grappig vinden of voor een tuba omdat hij groot is.”

De Souza begon vijf jaar geleden een pilot met veertig leerlingen; inmiddels spelen vierhonderd kinderen in de Bijlmer op een klassiek muziekinstrument. De lessen worden op basisscholen gegeven: „Iedereen in de klas kiest een instrument. Vervolgens krijgen de kinderen elke week verplicht een uur muziekles van een vakmusicus. Vier jaar lang, van groep vijf tot acht.”

Kind en instrument worden zorgvuldig aan elkaar gekoppeld. „We beginnen met een bezoek aan een repetitie van het Nederlands Philharmonisch Orkest”, aldus De Souza. Daarna volgt een workshop en kunnen kinderen speeddaten met een paar instrumenten. Na vier maanden wordt de uiteindelijke keuze bepaald.

De leerlingen krijgen vanaf het begin in groepen les. Dat onderscheidt de aanpak van het Leerorkest van muziekscholen.

„Op de muziekschool beginnen we pas na een paar jaar met samenspel. Bij het Leerorkest gaat dat anders. Als een kind nog maar een paar noten kan spelen componeren we al een speciaal stuk voor orkest zodat het meteen mee kan doen”.

De keuze voor klassieke orkestinstrumenten heeft een praktische achtergrond: „Je kunt met relatief veel mensen tegelijk samenspelen en zowel klassieke als populaire muziek uitvoeren”.

Het Leerorkest is een sociaal gebeuren. „Het is een club waar je bij hoort. Je reist samen, je gaat samen op tournee. Net als bij een sport.” De Souza benadrukt dat het belangrijk is dat iedereen in de klas meedoet. Muziekonderwijs moet net zo vanzelfsprekend worden als les in rekenen en schrijven. „Niet iedereen hoeft wiskundige te worden, maar je moet wel tot tien kunnen tellen.”

Het gaat er niet om de Mozarts van de toekomst te kweken: „We zijn geen talentenfabriek.” Maar soms heeft een leerling uitzonderlijke aanleg. „Dan overleggen we met de ouders en kan het kind naast het Leerorkest ook lessen aan de muziekschool volgen.” In Amsterdam Zuidoost zijn er inmiddels vijftien van zulke kinderen. „Je moet het zien als een piramide. De muziekschool is de top, het Leerorkest de basis.”

Momenteel doen zes basisscholen in Amsterdam Zuidoost mee aan het Leerorkest, en op twee scholen in Amsterdam Noord loopt een pilotproject. In Rotterdam is een ander initiatief aan de gang. Ook voor de rest van het land is er hoop: „Haarlem en Den Haag starten na de zomer hun eigen Leerorkest. Ons bedrijfsplan is al door veel steden aangevraagd”.

Het Leerorkest is relatief goedkoop, aldus De Souza: „De kosten per kind per jaar zijn ongeveer vier- tot vijfhonderd euro. Inclusief het instrument.”

De droom van De Souza is dat het Leerorkest in Amsterdam kan worden uitgebreid tot 32 ensembles en 3500 kinderen.

Om dat een jaar lang te financieren is twee miljoen euro nodig. De Souza hoopt op steun van overheid en bedrijven. Het advies dat gisteren aan minister Plasterk werd aangeboden bevat concrete aanbevelingen: „We moeten in Nederland een belastingsysteem hebben dat het bedrijven makkelijk maakt om in cultuur te investeren. In Amerika gaat dat veel eenvoudiger”.

In het Nederlandse subsidiebeleid wordt er scheiding gemaakt tussen kunst, educatie en armoedebestrijding. De Souza: „Kunst om de kunst is een soort heilige koe. Die manier van denken is een negentiende-eeuwse erfenis.” Volgens De Souza blijven hierdoor kansen onbenut. „Het Leerorkest biedt een zinnige tijdsbesteding, kinderen doen trots op en zelfvertrouwen. Op die manier voegt muziekonderwijs zeer direct iets toe aan de sociale ontwikkeling van kinderen.”

Het Leerorkest staat niet op zichzelf. Vandaag is er een symposium waarop pioniers van over de hele wereld elkaar ontmoeten: „Er zijn prachtige initiatieven in Schotland, Zuid-Afrika en Duitsland.” In Duitsland maakt de regering de komende jaren 10 miljoen euro vrij voor het project ’Jedem Kind ein Instrument’. De deelstaat Noordrijn-Westfalen volgt met 15,4 miljoen. Het klinkt De Souza als muziek in de oren. Nu Nederland nog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s