Waarom ook meteen een symfonie?

(Deze recensie verscheen in Trouw, 22 februari 2010)

Jeroen Berkhout, de schrijver van ’Canon & Fuga’, doet wat maar weinig debutanten doen: hij levert een boek af van bijna vijfhonderd pagina’s. En als klap op de vuurpijl componeert hij er ook nog een aanstekelijk muziekstuk bij: de barokke ’Sonata Nova’, uitgevoerd door het Combattimento Consort Amsterdam onder leiding van Jan Willem de Vriend.

Het klinkt veelbelovend, en ook het begin van de roman ’Canon & Fuga’ maakt, juist door zijn terughoudendheid, nieuwsgierig: „Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen weten de ingang tot de bijenkorf te vinden.” We maken kennis met Ogdo Knep: erudiet, artistiek, gevoelig op z’n tijd, een liefhebber van Toscane en lekker eten: dat moet met de liefde toch wel goed komen, zou je denken. Maar nee hoor, aan het begin van ’Canon & Fuga’ kijkt Ogdo terug op een lange reeks mislukte relaties of pogingen daartoe. Hij wil ze het liefst allemaal vergeten, die vrouwen.

Als Ogdo na een vliegreis thuiskomt ligt er een fax van een Fred Lethe, zijn beste vriend. Hun vriendschap was bekoeld geraakt, omdat Ogdo kritisch was geweest over de zoveelste vriendin waarmee Fred op de proppen kwam: Irene heette ze ditmaal. Met deze Irene blijkt Fred nu van plan te trouwen. In Florence, in stilte. Of Ogdo het verleden zou willen vergeten, en getuige zou willen zijn.

Ogdo gaat op weg, per trein, naar Toscane. Onderweg denkt hij over een verhaal dat hij wil schrijven over zijn eigen liefdesleven, en herinnert hij zich een boekje dat hij vroeger kwijt is geraakt. In dit boekje zat een klein grammofoonplaatje met barokmuziek, waar Ogdo als kind geen genoeg van kon krijgen. Wat was dit voor stuk? Hoe klonk het? Kan ik mijn geluk van toen terugvinden? Dat vraagt Ogdo zich af terwijl hij aankomt in Florence, stad van Dante en Brunelleschi.

’Canon & Fuga’ zit vol verwijzingen. Eigenlijk zijn het boek en de cd ’Sonata Nova’ een voortdurend commentaar op Dante’s ’La divina commedia’ en zijn jeugdwerk ’Vita Nuova’. De vrouwen en mannen die Ogdo tegenkomt in zijn ’geheugentheater’ hebben veel weg van verschijningen. Na een droom vraagt Ogdo zich af „of hij misschien een ontmoeting met Hekate had gehad, maar deze gedachte wortelde niet en zijn aandacht werd vervolgens gegrepen door het pruttelen van de koffie.”

Het boeit bij vlagen, maar toch staat de verveling voortdurend naast je, als je ’Canon & Fuga’ leest. De lange reeks oppervlakkige ontmoetingen, met breed vertoon van eruditie verteld, zorgt ervoor dat ’Canon & Fuga’ de psychologische diepgang mist die je van een geslaagde roman mag verwachten. De vele vrouwen krijgen geen gezichten en ook Ogdo blijft een schim, onderbelicht, hij blijft je niet bij. Was er in een kort boek, met veel minder personages en niet zo sterk leunend op de klassieken, niet meer over de liefde te zeggen geweest?

Bovendien, het mag allemaal strak gecomponeerd lijken; eerlijk gezegd valt dat tegen. Op detailniveau zit ’Canon & Fuga’ vol overbodigheden. Berkhout veroorlooft zich nutteloze tussenwerpsels als ’Voorbeeld’ en ’Als volgt’, ’De geschiedenis van Ogdo en zijn fonkelvrouw was hiermee allerminst afgelopen’ en ’Fragmenten uit deel twee van de tragische vertelling rond de schone Astlana’. Dat hoeft allemaal niet gezegd te worden. Laat het ons voelen.

Gaandeweg bekruipt je het gevoel dat Jeroen Berkhout zijn hand heeft overspeeld door meteen een klassieker te willen schrijven. Het is te hopen dat hij zichzelf een tweede kans gunt na dit overmoedige debuut. Ik zou graag een kamermuziekstuk, een ’Sonata Nova’ in proza van hem horen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s