Ernst in lichte verpakking. Over de debutanten van eind 2010

Van januari tot juni verschijnen traditioneel veel Nederlandstalige debuten. Nels Fahner las ze allemaal, stelt vier veelbelovende nieuwe schrijvers aan u voor en constateert dat de debutant van nu niet bang is serieuze thema’s aan te snijden, zonder dat het loodzwaar wordt.

(Deze recensie verscheen in Trouw, 5 juni 2010)

Een van de grote literaire verrassingen van dit voorjaar is Thijs de Boers debuutbundel ’Vogels die vlees eten’. Zijn verhalen zijn opvallend fragmentarisch vormgegeven: korte alinea’s worden telkens onderbroken door een witregel, als strofen in een gedicht. „De jongen was zijn kleine zusje kwijt. En daarna stopte de moeder met ontbijt maken.” () „Het was pas toen de eerste sneeuw viel dat de jongen alle hoop verloor.”

Er is geen debutant die zo bewust pauzes in zijn verhaal aanbrengt, om de lezer op adem te laten komen, en te laten nadenken over wat de tekst wil zeggen. Waarom geen ontbijt? Wat betekent ’kwijt’? Wat betekent ’alle hoop verliezen’? Al lezend krijg je daarover wel een bang vermoeden. En dat is knap, als een schrijver in twee zinnen zoveel vragen weet op te roepen.

De meeste personages in ’Vogels die vlees eten’ zijn geobsedeerd door de dood. Ze hebben iemand verloren en kunnen dit niet verwerken, of ze verlangen juist sterk naar het einde, om van alles af te zijn. Verbouwereerd zijn ze, versuft door hun eigen gedachten, de drugs die ze gebruiken of de medicijnen die ze slikken. De Boer laat de lezer letterlijk meelopen, meedraaien in het hoofd van getraumatiseerde, psychisch zieke en lusteloze jongeren.

De uitzichtloosheid in hun hoofden wordt knap weerspiegeld in de taal: „Het was zijn fout, dat wist de jongen ook wel. Het was zijn fout, want hij was ouder.” Door die herhalingen wordt het schuldgevoel van de jongen die zijn zusje verloor er als het ware ingehamerd. Die intense manier van vertellen maakt dit debuut zo bijzonder.

Tonie Mudde, een andere jonge debutant, beschikt eveneens over een soepele stijl, maar zijn voornaamste kracht is toch dat hij een intrigerend personage weet neer te zetten. Hoofdpersoon Thomas Vonk, promovendus in de sterrenkunde, ontmoet Silke, studente fotografie. Vanaf het begin verzet ze zich tegen de intimiteit van een relatie. Maar als Thomas haar probeert te begrijpen door in haar verleden te spitten, geeft ze niet thuis: „’Wat probeer je me dan ook te analyseren, man?’, riep ze. ’Ga maar zoeken, ga maar graven, je vindt vast wel wat. Misschien vind je zelfs wel meerdere dingen. Kun je ze lekker combineren en er een logisch geheel van maken.’”

Silke houdt je bezig, juist door haar ongrijpbaarheid. Ze groeit in de loop van het verhaal uit tot een symbool van de hedendaagse maatschappij, met zijn schijnbare intimiteit van netwerksites en internetfora. Mudde registreert, zet tot nadenken aan, maar wordt nergens moralistisch. Integendeel, hij weet de verworvenheden van het digitale tijdperk ook nog eens geestig in beeld te brengen. „Mijn moeders woorden spatten van het scherm, in een mintgroen, krullerig lettertype. Ze had onlangs ontdekt hoe je e-mails kunt personaliseren. In sommige zinnen had ze de leestekens vervangen door smileys, die knipoogden, applaudisseerden of zichzelf met een hamer op hun hoofd sloegen.”

Licht is ook de toon van de Vlaming Fikry El Azzouzi, die debuteert met ’Het Schapenfeest’. Op het islamitische Schapenfeest wordt herdacht hoe de profeet Ibrahim zijn zoon moest slachten, maar daar op het laatste moment van werd afgehouden door Allah. Nog steeds herdenken vrome moslims deze ingreep van Allah door een schaap te slachten.

Zo ook in het gezin van Ayoub, een elfjarig Vlaams-Marokkaans jongetje dat zijn vader moet helpen bij het slachtritueel. Ayoub bedenkt van alles om onder zijn verplichting uit te komen: „Ik heb verschrikkelijke buikkrampen. Volgend jaar zal ik zeker meegaan.” Hij heeft er duidelijk geen zin in.

Terwijl het moment van slachten nadert, trekt Ayoub zich terug in zijn fantasiewereld. Ver weg van vader, met wie hij nauwelijks contact kan maken, weg van de koranleraren die hij ’baardmannen’ noemt, van de juf die volgens hem ’een racist’ is, van zijn zussen Asia en Hafza, die hij ’Het Gedrocht’ en ’Al Jazeera’ noemt; de eerste omdat ze ’net een koe die staat te grazen’ is, en de tweede omdat ze ’roddelt en verslag uitbrengt’ aan zijn ouders. Ayoub droomt ervan om een profvoetballer te worden en imiteert perfect de moonwalk van Michael Jackson, tot woede van zijn vader.

Er valt veel te lachen om ’Het Schapenfeest’. El Azzouzi houdt consequent de stijl van een patserig jongetje aan, wat je een prestatie mag noemen. In die grappige context past ook de magisch-realistische kant van ’Het Schapenfeest’. Ayoub voert diepzinnige gesprekken met het schaap dat geslacht moet worden. En dit alles ondersteunt op een knappe manier het dilemma onder de oppervlakte van deze tragikomedie: Ibrahim die zijn zoon moet offeren. Hier wordt de problematiek van uitsluiting en desacceptatie aan de orde gesteld, die niet alleen in migrantengezinnen speelt, maar overal en altijd actueel is.

De enige zwakte van ’Het Schapenfeest’ is dat Ayoub als hoofdpersoon nauwelijks een ontwikkeling doormaakt. Hij is elf en hij blijft elf. Zijn fantasie groeit in de loop van het boek, maar verder lijkt Ayoub niet te veranderen. Maar goed, ’Het Schapenfeest’ smaakt naar meer, dat is duidelijk.

’De kostwinner’, de debuutroman van Henk Rijks, brengt de ontwikkeling van de hoofdpersoon juist weer erg nadrukkelijk in beeld. Tonk van Lexmond, dertiger, vader van een tweeling, kan na zijn ontslag in het bankwezen zijn hypotheek niet meer betalen. Als hij – heel toevallig – ontdekt dat een zeecontainer die hij heeft gekocht een grote hoeveelheid onversneden cocaïne bevat, besluit hij drugs te gaan dealen; voor ’nette mensen’ zoals hijzelf.

’De kostwinner’ werkt als een goede thriller (de filmrechten zijn al verkocht), maar heeft ook een behoorlijke psychologische diepgang. Vooral de immense stress die in deze roman beschreven wordt, geeft te denken. Als Tonk een sympathieke advocaat waarschuwt omdat die zoveel drugs gebruikt, antwoordt die: „De enige manier om () te overleven is door alles uit te schakelen. Ik moet scherp blijven, zonder gevoel. Altijd performen, altijd briljant zijn en snoeihard. Eat or be eaten.” ’De kostwinner’ is een pijnlijk en raak portret van de krampachtig overlevende, door hoge verwachtingen gedicteerde ’culturele elite’ van deze tijd.

Al met al bracht het voorjaar zeker vier veelbelovende schrijvers voort. Wat opvalt is dat ze allen een bepaalde lichtheid delen, een gevoel voor humor, van de subtiele ironie van Mudde en De Boer tot de cabareteske geestigheid van El Azzouzi en het bijtende sarcasme van Henk Rijks.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s