Een zomer van spannende en rake eerstelingen

(Dit artikel verscheen in Trouw, 3 september 2011).

Bedroevend nat was de zomer. Maar we konden ons troosten met de rijke oogst aan Nederlandse romandebuten. Nels Fahner bespreekt drie veelbelovende eerstelingen. Het valt hem op hoe knap deze debutanten de spanning weten op te bouwen.

NELS FAHNER

Het eerste boek van Jan Vantoortelboom valt op door zijn prachtige natuurbeschrijvingen. Van meeuwen bijvoorbeeld, die in ‘De verzonken jongen’ een dreigende gedaante aannemen. Je ziet ze voor je, de roofvogels, even gracieus als vernietigend: “Op natte dagen streken ze neer op het gras voor het huis. (…) Dan begonnen ze lichtjes te trappelen. (…) Hun glanzende borst fier vooruit. Tot hun dans stokte en ze de wormen genadeloos uit de aarde trokken en opschrokten. Elk voor zich.”

Ieder voor zich, survival of the fittest, en met de dood houdt alles op: het lijkt soms een goed te accepteren gedachte, maar wat als je plotseling iemand kwijtraakt van wie je zielsveel hield? Is er dan iets dat je overeind kan houden?

Jan Vantoortelboom stelt die vraag nergens expliciet, maar al vanaf het begin van zijn boek klinkt hij door in het verdriet van de hoofdpersoon Stoffel, die op zijn vijftiende zijn moeder naar het kerkhof moet brengen. “Ik stond voor het gapende gat en dacht aan de sproeten op haar huid, haar rode haren, en hoe de maden in hun glooiende speelveld oorlog zouden voeren over haar resten.”

Stoffel is een dromer. De dood is voor hem niet nieuw: een paar jaar eerder pleegde zijn opa Victor zelfmoord. Stoffel werd destijds te jong bevonden om het naadje van de kous te weten, en ook de lezer moet lang op de ontrafeling van het mysterie rond Victor wachten.

Hoe schrijnend al dit onheil ook klinkt, Jan Vantoortelboom vergeet nooit dat hij in de eerste plaats een verteller is. Misschien is dat de grote kracht van zijn debuut: het verdriet dat erachter schuilgaat wordt pas bij tweede lezing zichtbaar, omdat je de eerste keer wordt meegesleept door de plot en Vantoortelbooms plastische stijl: “Vader had Victor gevonden (…), hangend als de stijve, loodzware slinger van een staande klok in rust, aan krakende spanten.”

Spanning opbouwen is de debutanten van nu wel toevertrouwd.

Toine Heijmans, schrijver van ‘Op zee’, kan er ook wat van. Heijmans’ boek draait om een vader die met zijn zevenjarig dochtertje over de Noordzee zwalkt, in de ban van zijn eigen angsten. “De wolken had ik niet gezien. Ze moeten zich verzameld hebben achter mijn rug. Ze moeten, op bevel van iets, naar voren zijn getrokken. Daar hangen ze in slagorde voor de boeg. Als platte kiezels, leigrijs in de lucht. Een gigantische mobiel van wolken, zoals er vroeger ook een hing boven haar babybed.”

Met pakkende beelden sleept Heijmans je mee, niet alleen in het verhaal, ook in de denkwereld van de hoofdpersoon. De scheidslijn tussen werkelijkheid en waanzin is zo dun dat de ontknoping als een volslagen verrassing komt.

Heijmans’ novelle − ‘Op zee’ is eigenlijk te kort voor een roman − is leuk om te lezen, maar slaagt niet op alle fronten. Over Donalds relatie met Hagar, zijn vrouw, komen we weinig te weten. Hooguit wat teksten die het in een zelfhulpboek over Mars en Venus goed zouden doen. “Hagar is een sterke vrouw, maar soms doet ze zich sterker voor dan ze is. Ik moet me dat voortaan beter bedenken, als ik plannen heb.” Donalds ideeën over zijn dochter Maria zijn van hetzelfde laken een pak. “Maria sleepte een geschiedenis mee die ze zelf niet kende. Ieder mens sleept zijn geschiedenis mee, dacht ik. Zo is niemand helemaal zichzelf.”

Scherpere observaties zijn te vinden in ‘De cursus’, het romandebuut van Hans Schellekens. Daarin beschrijft de auteur met veel humor hoe de 37-jarige leraar Haro zich onderwerpt aan een zogeheten bewustwordingstraining, in de hoop een gelukkiger mens te worden.

De cursus is een soort snelkookpan van idealen die zelfs de cynische Haro niet weet te weerstaan: “‘Denk eraan,’ zegt Nashwa, ‘je hebt de plicht en de gave om te leven. Je hebt het recht niet om aan de zijlijn te blijven; gebruik je leven om aan het spel deel te nemen.'”

Tegen het einde krijgt ‘De cursus’ echt niveau, als Schellekens laat zien hoe mensen onder invloed van psychologische trucs volledig de weg kwijtraken. “‘Ik wil alleen maar liefde!’ hoor ik een vrouw uitroepen. Er wordt bijna niet meer geschreeuwd in de zaal, nog wel veel gehuild. Het is of ik een marathon gelopen heb, maar zonder de bevrediging van iets bereikt te hebben.”

Als Jan Vantoortelboom de dichter is onder de debutanten van deze zomer, dan is Hans Schellekens de denker. Een schrijver die scherp inzicht geeft in de werking van onze geest.

Jan Vantoortelboom: De verzonken jongen. Contact, Amsterdam. ISBN 9789025435868; 301 blz. € 21,95

Hans Schellekens: De cursus. Querido, Amsterdam. ISBN 9789021440187; 247 blz. € 14,50

Toine Hermans: Op zee. L.J. Veen, Amsterdam. ISBN 9789020426557; 192 blz. € 18,95

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s