Adventserie (1): het Magnificat van Monteverdi

Claudio_MonteverdiHet Magnificat, de lofzang van Maria inspireerde de eeuwen door componisten om hun beste beentje voor te zetten. Vandaag deel 1 van een Adventserie: het Magnificat van Monteverdi. Lees hieronder het artikel en luister mee via youtube.

‘In Venetië hoorde ik de beste muziek die ik in heel mijn leven gehoord heb,’ tekende Thomas Coryat in 1611 op toen hij daar een kerkdienst in de basiliek van San Marco had bezocht. De muziek was volgens hem ‘zo goed dat ik graag honderd mijlen te voet zou hebben afgelegd om iets dergelijks te horen’.

Een paar jaar later zou Claudio Monteverdi (1567-1643) aangesteld worden in diezelfde San Marco in Venetië, in het voetspoor van beroemde voorgangers als Gabrieli en Willaert.

In deze kerk in Venetië was een traditie gegroeid die de koorzang tot een indrukwekkende belevenis maakte. De componisten die er vanaf de zestiende eeuw werkten ontdekten dat je er allerlei echo-effecten kon bereiken, als je goed gebruikmaakte van de spelonkachtige akoestiek van het gebouw.

Bijvoorbeeld door de zangers op hoogtijdagen te verdelen in groepen, en die koren op verschillende galerijen te plaatsen. Als de koren allen tegelijk zongen, had dit een overweldigend effect op de luisteraar, zoals één van hen, A. Maugars in 1639 schrijft: ‘Bij het Gloria Patri hervatten alle tien de koren het samen zingen. Ik moet bekennen dat ik nog nooit zo in vervoering geweest ben.’

Retorica

Een paar jaar voordat hij zijn aanstelling in Venetië kreeg, componeerde Monteverdi het Magnificat, dat een onderdeel vormt van zijn Mariavespers. Wat voor gedachten hadden de luisteraars toen ze het stuk voor het eerst hoorden? Zeker is dat de componisten in die tijd, de ontstaanstijd van de opera, het evangelie als een drama begrepen: een verhaal dat oproept tot identificatie en inleving.

Zoals wij nog altijd een muziekstuk dat in majeur staat genoteerd met opgewektheid associëren, en een stuk in mineur met verdriet, zo werden in de Renaissance allerlei ideeën van de Grieken over de werking van de muziek op de geest herontdekt. Volgens de Grieken kon je de wetten van de retorica ook op de muziek toepassen om daarmee mensen doelbewust in hun hart te raken.

Componisten als Carissimi en Monteverdi gingen hun muziek naar die retorische principes modelleren. Wat er dus in de gezongen onderdelen van de mis werd gezegd, kreeg een direct verband met de teneur van de muzikale begeleiding.

We mogen aannemen dat hun publiek die retorische codes ook kende – op school leerde men immers retorica – en zo in staat was hun muziek en wat die wilde uitbeelden goed te volgen.

Aan het eind van Monteverdi’s Magnificat, bij het Gloria Patri, zijn verschillende voorbeelden van die in Monteverdi’s tijd nieuwe stile rappresentativo (stijl die de menselijke emoties representeert) te horen. De uitbundige vreugde van Maria en met haar van de hele kerk, krijgt hier een hoogtepunt.

Wat ten slotte opvalt aan Monteverdi’s Magnificat zijn de dansmuziek in de instrumentale tussenspelen, die meer dan in de kerkmuziek voor hem doet denken aan het oudtestamentische fysieke en extatische plezier in de muziek.

Dit artikel verscheen in Christelijk Weekblad

Luister hier een uitvoering van het muziekstuk. De Mariavespers van Monteverdi worden jaarlijks uitgevoerd in de Pieterskerk in Leiden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s