Interview: ‘Soms moet een ander voor je zingen en geloven’

Middelburg_Lange_JanDe veertigdagentijd is een tijd van stilte en inkeer. Dat stilte ook een vorm van verbijstering kan zijn, ondervond Jacobine Scholte de Jong. Ze schreef er een lichtvoetig en tegelijkertijd ernstig boekje over.

De Lange Jan, de karakteristieke kerktoren van Middelburg, staat in de mist op deze ochtend. In het centrum, in een statig huis woont dominee Jacobine Scholte de Jong, op twitter beter bekend als @dsJacobine.
Binnen overheersen vrolijke kleuren. De kinderen zijn naar school, maar er ligt een gum en kleurpotlood op tafel. Vanuit de keuken kijk je op een tuin, nog in wintertooi. Op tafel ligt een exemplaar van de Provinciale Zeeuwse Courant, dé krant van Zeeland.
Sinds december is Scholte de Jong hier predikant van de Hofpleinkerk, een bloeiende gemeente met zo’n 800 leden.
Voordat ze haar studie theologie afrondde, werkte ze zo’n tien jaar als ‘bijstand in het pastoraat’ in een gemeente in Raamsdonksveer. In die periode overleed haar man Paul, nu vijf jaar geleden. Een onverwachte klap. De tijd daarna was aanleiding voor het boekje Gebeden voor moeilijke tijden.
Scholte de Jong heeft iets met gebeden, ze twittert ook sinds een klein jaar korte teksten met de hashtag #nachtgebed. “Ik ben een jaar of vijf geleden met twitter begonnen, op persoonlijke titel. Al doende merk je wat werkt. Op een gegeven moment ben ik begonnen met #dinsdaghoopdag. Met dat #nachtgebed ben ik niet de enige, als je zoekt #nightprayer zie je wel meer mensen die zoiets doen. Ik heb wel wat met ritmes, dingen die telkens terugkomen, de getijden van de dag, de seizoenen van het jaar. Blijkbaar slaat dat aan. De laatste tijd ben ik het bewuster gaan volhouden. Er komen best veel reacties. Van ‘Dit was de dooptekst van mijn zoon’ tot ‘Bedankt, nu kan ik naar bed’.”

Na het overlijden van uw man ontstond er een stilte, schrijft u, ‘alsof iemand de volumeknop op nul had gedraaid’.
“Mensen zeggen wel: ik ben verbijsterd. Lamgeslagen. Ik denk dat het zoiets was. In mijn hoofd is het nooit stil, er staan bij wijze van spreken altijd wel twintig radio’s aan. Maar toen was het stil. Ik ben niet zo snel emotioneel, het was meer het gevoel dat er iets heel raars aan de hand was. Iets onbegrijpelijks, een soort cognitieve dissonantie. Er kwamen politiemensen binnen. Dat heeft iets surreëels, en toch is het echt waar. Het was geen stilte van wanhoop, meer een soort leegte”.

U spreekt op een andere plek van een schepping die uiteenvalt in chaos. Dat moet een beangstigende ervaring zijn geweest.
“Verdriet zorgt voor ontschepping – het rafelt uiteen. Een van de ergste dingen is het gevoel van ballingschap. De ander is weg, maar tegelijkertijd is het zo dat je zelf ook je huis uit gemieterd wordt, met alleen een paar lege koffers.
Er zijn natuurlijk verschillende aspecten van rouw. Je kunt dat psychologisch in fases indelen, van ontkenning naar woede enzovoorts, maar dat vind ik vaak wat al te schematisch. Toch heb ik wel het geloof dat in de chaos iets nieuws kan ontstaan. Toen ik acht was heb ik een zusje verloren. Aan mijn ouders heb ik gezien dat mensen daarin een weg kunnen vinden. Maar dat neemt niet weg dat ik even niets aan de Bijbel had. Ik dacht: dan maar Shakespeare, maar dat ging ook niet. Ik kon me niet concentreren. Op zo’n moment moet een ander voor je zingen, en geloven.”

Waarom hielp het geloof in God juist niet?
“Ik denk dat ik er geen aandacht voor had. Ik werd in beslag genomen was door iets anders. Met geloof werkt het net zoals met andere rollen die je vervult: je bent moeder, vriendin, maar je kunt dat even niet zijn, want je zit in je eigen situatie vast. Geloof is ook een relatie, en die kan stabiel zijn, ook al is het gevoel er even niet. Ik had ook niet veel dialoog met God, maar wel het vertrouwen: het komt wel weer. Er waren wel dingen die me vasthielden. Dat heb je nodig: woorden die je vasthouden, anderen die voor je bidden. Ik heb geprobeerd me aan die woorden en gebeden toe te vertrouwen. Daar moet je niet te snel buiten gaan staan. In het pastoraat zie ik ook dat mensen die dat wel doen, soms eenzamer zijn.”

Een van de hoofdstukken in het boek heeft als titel ‘En nu wij, God’. Wat maakt dat je dan toch doorgaat met geloven?
“Je kunt je een tijdje laten meedrijven op het geloof van anderen, maar op een gegeven moment komt daar een eind aan. Ik ben niet zo van de waarom-vragen, maar er zit natuurlijk altijd een confronterend moment in een rouwproces. Houdt je geloof stand, is het ijs dik genoeg? Kan ik aan mijn kinderen vertellen: God zorgt voor jou? Die vraag, dat geding moest er wel in, vond ik. Vandaar dat ik daar ook een aantal gebeden bij heb uitgezocht en geschreven. Het boek is opgebouwd aan de hand van zeven scheppingsdagen. De zevende dag gaat over overgave, maar voordat je daar bent moet er wel wat opgelost worden. Vandaar het hoofdstuk ‘Boos!’, hoewel ik zelf niet zoveel boosheid voelde.”

U zegt: ik moet het aan mijn kinderen kunnen uitleggen, dat God voor je zorgt. Hoe doe je dat?
“Mijn oudste zoon was eens bang om te gaan slapen. Opeens zei ik, ik had het niet vantevoren bedacht: ‘doodgaan is niet het ergste er kan gebeuren.’ Het ergste – dat is dat niemand van je houdt, of dat er niemand is om van te houden.
Maar zoiets zeg je natuurlijk ook tegen de klippen op. De dood blijft een vijand. Ik weet niet waar Paul nu is, ja: bij God, maar waar is dat dan? Hij is vooral niet hier. Dat besef kan als een schaduw over je heen vallen. Maar tegelijkertijd is er de gedachte: we zijn in Gods hand. De dood is ook een zwart monster waar je tegen zegt: in je hok, ik leef hier. En er is hier ook een leven mogelijk. Maar dat zijn geen definitieve uitspraken. Ik heb dat allemaal filosofisch niet rond.”

Als moeder van kinderen ben je ook voorbeeld. Is dat lastig, switchen tussen je eigen gevoel en dat van je kinderen?
“Voor mij zijn de kinderen het uitgangspunt. Ik probeer gericht te zijn op waar zij mee bezig zijn en daar bij aan te knopen. Mijn eigen gevoel is niet zo dominant dat dat dan in de weg zit. Kinderfeestjes vond ik heel lastig. Die zijn toch al niet mijn hobby, en op zo’n moment geldt ook: ik ben er, en dat is al mooi. Voor de rest kijken de kinderen naar je houding. Ik ben niet iemand die de hele dag zit te huilen, hoewel dat mag, natuurlijk. Bij ons in de familie wordt er vooral veel gepraat. Over de Narnia-verhalen bijvoorbeeld. Zou papa daar nu zijn, in Narnia. Ik weet zeker dat papa aan ons denkt, zeg ik dan, want wij denken ook aan hem.
Ik ben wel af van het idee van de eeuwige rust. Dat is volgens mij heel Grieks. Er staat nergens in de Bijbel dat de mensen niets doen in de hemel. Wel dat er een menigte is voor de troon die roept: hoe lang nog?! Ik denk dat er in de hemel weet is van wat er op aarde gebeurt.
Gedenken is belangrijk voor mij. Vandaar dat ik ook zeg tegen mijn kinderen: ik denk wel dat papa aan ons denkt. Wij denken ook aan hem. Het is ook een bijbels kernwoord, God die zijn verbond gedenkt, en waar de regenboog een teken van is. Als je iemand gedenkt dan is die persoon er.”

Iemand die een familielid verloor vertelde eens dat zij een bepaald koraal uit de Mattheüs Passion niet meer over haar lippen kon krijgen. Hoe doet u dat, een Paaspreek voorbereiden?
“Ik heb met weinig dingen dat ik ze niet goed meer kan zeggen. Wat ik wel eng vond, is dat ik merkte dat sommige mensen anders luisterden. Alsof je een nieuw gezag hebt gekregen. Dan denk ik: deze preek hield ik twee jaar geleden ook, en het is nog steeds waar. Als je het echt niet uit je strot krijgt, is het wel een probleem, maar dat heb ik eigenlijk nooit.
Bij de eerste avondmaalsdienst hier in Middelburg kwam ik in het tafelgebed een zin tegen over ‘met allen die ons zijn voorgegaan’. Oei, dacht ik, dit wordt nog wel spannend. Maar ik vind het een zegen dat ik die existentiële twijfel, die echte beklemming niet gehad heb. Dat boze heb ik niet. Ik herken wat het is als je bestaan uit elkaar valt. Maar het is niet zo dat ik met man en macht mijn geloof aan het behouden ben. Ik ben er maar vanuit gegaan dat het er gewoon is. Bij mijn ouders zie ik dat ook: het is altijd nog waar geworden. God laat zich toch vinden, soms heel onverwacht.”

Hoe dan, bijvoorbeeld?
Er zijn bijzondere dingen gebeurd. Op de begrafenis van Paul was er een oom die zei: ‘de Heere heeft een bijzonder oog voor weduwen en wezen.’ Het is een ouderwetse manier van zeggen, maar zo heb ik het wel ervaren. In plaats van vrienden kwijt te raken, komen er ook onverwacht nieuwe mensen op je pad. Een wat oudere collega, een heel ander type dan ik, zei: ‘dan kom je toch elke ochtend hier werken.’ Dat heeft me heel erg geholpen. Zo zijn er nieuwe vriendschappen ontstaan.
Het is niet: het moet zo zijn. Ik wil het leed ook niet vergoelijken, er is niets goeds aan wat je overkomt. Van een vriendin, die boekhouder is, heb ik geleerd dat je sommige dingen buiten de boeken moet houden. Het heeft geen zin om in plussen en minnen te denken.
De hoop is dat er op een dag uit de chaos iets nieuws ontstaat. De viool betekent veel voor mij. Muziek ordent, brengt je in een flow. Als ik de dingen niet kan overzien, speel ik toonladders. Dat muziek maken je zo kan helpen was toch een verrassing. Het bracht een nieuwe vibe, een positieve spiraal.”

Nels Fahner

Jacobine Scholte de Jong, Gebeden voor moeilijke tijden, Uitg. Ark Media, € 7,50

(dit interview verscheen in CW (www.christelijkweekblad.nl), Pasen 2015)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s