Interview Vonne van der Meer: ‘Ik geloof dat het leven tot het laatst kansen biedt’

cw13112015Wat ooit begon als een uiterst middel om ernstig lijden van terminaal zieke patiënten te verzachten, is uitgegroeid tot het recht op waardig sterven. Vonne van der Meer beschrijft in haar boek Winter in Gloster Huis waar de ideeën die daarbij horen toe kunnen leiden. Een van de achterliggende vragen is die naar de vrije wil. Hebben we die eigenlijk wel?

(dit interview verscheen in CW en het Friesch Dagblad, zaterdag 14 november)

Vonne van der Meer, bekend van romans als Eilandgasten (1999) schreef onlangs haar elfde roman Winter in Gloster Huis. Een onthutsend boek, vonden sommige recensenten. Het boek speelt zich af in 2024, en verkent de mogelijkheid dat er dan een ‘Klaar-met-levenwet’ is aangenomen.

‘Gaat u maar lekker slapen, had de arts gezegd. Sterven, bedoel je, dacht ze en toen had ze het plotseling ijskoud gekregen. Niet uit ergernis dat de vrouw het beest niet bij zijn naam noemde, maar door het besef dat het nu voorbij was. Onherroepelijk.’

Het is een aangrijpend citaat, zoals het daar staat onderaan bladzijde 35 van de roman Winter in Gloster Huis. We volgen daarin Noor, een oudere vrouw die tot euthanasie heeft besloten. Plotseling slaat bij haar echter de twijfel toe.

Schrijfster Vonne van der Meer is een meester in het bedenken van scènes die je voor een gedachte-experiment plaatsen, en die tegelijkertijd uit het leven gegrepen kunnen zijn.

Van der Meer is een stapeltje boeken aan het signeren als ik haar spreek in een kamer op de eerste verdieping van een Amsterdams grachtenpand, waar haar uitgeverij zetelt. Op tafel liggen een paar exemplaren van Winter in Gloster Huis­ – grijs omslag, een roeibootje erop.

Het verhaal, dat in 2024 speelt, heeft een opmerkelijk uitgangspunt. Twee broers, Arthur en Richard Hofstede, krijgen een gigantische erfenis als blijkt dat hun vader een aantal diamanten in zijn bezit had waar niemand iets van wist.

De beide broers gebruiken het geld om een ideaal te verwezenlijken. Voor de oudste, Richard is dat de stichting van een idyllisch Vaarwelhotel, waar mensen die het leven zat zijn, binnen vierentwintig uur zonder gedoe een eind aan hun leven kunnen maken.

Arthur echter gruwt van dit plan. Hij sticht tegenover het hotel, aan de overkant van een meer Gloster Huis, een plek voor mensen die lijken te aarzelen terwijl zij in het hotel van zijn broer wachtten op hun dood.

 

Een van de conclusies die je uit uw boek kunt trekken, is dat er markt is voor zo’n hotel waarin je gratis kunt sterven. Ik vond dat schokkend om te lezen.

“Sterker nog, zo’n hotel als van Richard bestaat al in Zwitserland op dit moment. Het is alleen niet gratis, je betaalt een paar duizend euro en dan kun je eruit stappen. Het draait op vrijwilligers. Niet altijd dezelfde vrijwilligers, ze rouleren.

Ik vertel in eerste instantie een fictief verhaal, maar alles wat je bedenkt kan op een dag ook werkelijkheid worden. Om een parabel te laten werken, moet je de tegenstelling groot maken: dat hotel wordt een succes.

Iemand die het manuscript las, zei: die rouwauto’s die in je verhaal aan de overkant rijden, waren daar niet veel meer aarzelaars zoals Noor bij. Ja natuurlijk. Het punt is: als je de machinerie in werking zet, is het moeilijk om die weer stop te zetten.”

 

U hebt een tegenhanger van zo’n vaarwelhotel verzonnen: Gloster Huis. Op een muur van Gloster Huis staat: ‘Wie hier binnentreedt kan alles verwachten’.

“De Franse filosofe Simone Weil zei: “de kostbaarste geschenken krijgen we niet door ernaar te zoeken, maar door erop te wachten”. Ik geloof dat het leven tot het laatst kansen biedt. Zonder dat ik mooi weer wil spelen met moeilijke situaties, overigens. Ik heb nogal wat heel oude vrienden. Ik weet waar ik het over heb.

Noor, de eerste vrouw die in Gloster Huis komt wonen, vraagt zich af: ik kan hier op een gegeven moment wel volkomen geheugenloos door de gangen dwalen. Ben ik dan nog steeds welkom in dit Gloster Huis? Het antwoord van Arthur is ‘wie hier binnenkomt kan alles verwachten’. Dat geldt ook voor de mensen die op Gloster Huis werken, de verzorgers. Je kunt van alles verwachten. Het zoete en het bittere.”

 

Noor wordt door Arthur ontvoerd uit het Vaarwelhotel van zijn broer. Maar je zou ook kunnen zeggen: ze wordt bevrijd van zichzelf, van de vergissing om dood te willen. Dat roept de vraag op of mensen een vrije wil hebben.

“Noor gelooft op een gegeven moment dat het leven voor haar ophoudt. Daarom kiest zij voor het Vaarwelhotel. Maar daarna is het haar al snel niet meer zo duidelijk wat zij wil. Op het moment dat zij de gifbeker drinkt, en het onherroepelijk is geworden voelt zij: dit wilde ik niet. Ze heeft alleen de machinerie niet durven stoppen. Ik bedoel maar: de menselijke wil is een veel wankeler bedoening dan wij denken. Die wil kan beïnvloed worden, door al te grote eenzaamheid bijvoorbeeld. Noor wil niet dood, ze wil alleen niet dag in dag uit zo alleen zijn.”

 

De situatie van Noor lijkt een beetje op die van Gloster, een personage uit een toneelstuk van Shakespeare dat in het boek een grote rol speelt.

“Glosters lot, daar verbleekt dat van de Bijbelse Job bij. Hij maakt verschrikkelijke dingen mee. Zijn zoon wordt door hem onterecht verbannen. Gloster is onrechtvaardig geweest, hij heeft fouten gemaakt ten opzichte van zijn kinderen. Met die schuld kan hij niet leven. Hij is blind geworden en zoekt daarom een zwerver, die hem naar de rand van een afgrond kan brengen.

Als publiek weet je dat die zwerver zijn verbannen zoon is. Je ziet ze dus beiden op het toneel, en jij als kijker weet iets wat Gloster zelf niet weet. Dat heet dramatische ironie. De zoon misleidt de vader, die alleen maar denkt dat hij in een afgrond valt. Die gesaboteerde zelfmoord bracht mij op het idee van dit boek.”

 

Onze cultuur lijkt geregeerd te worden door kille cijfers. Op welke manier kan een verhaal dan uitkomst bieden?

“Als je een verhaal leest, word je meegenomen door een personage. Verhaalpersonages zijn de voornaamste middelen van een schrijver. Je kunt mensen op die manier ervaringen geven, die ze strikt genomen niet kunnen hebben. Bijvoorbeeld de ervaring de gedachten te kennen van een zelfmoordenaar op het moment van spijt. Daarom heb ik Gloster Huis verzonnen, in de hoop dat mijn lezer denkt: dan zal het wel mogelijk zijn, zo kan het, zo kan het gaan. Want ik was er tijdens het lezen. Niet dat het makkelijk is, maar het kan blijkbaar.”

 

Wat hoopt u dat het boek teweeg brengt?

“Misschien kan Winter in Gloster Huis een tegenstem zijn in het debat over de vraag of het niet tijd is om de euthanasiewet te verruimen. Het hele debat wordt nu gedomineerd door mensen die vinden dat er zo’n Klaar-met-levenwet moet komen. Ik vind, net als mijn personage Arthur, dat er heel goed over de consequenties moet worden nagedacht. Er is geen reden om aan te nemen dat het niet een oneigenlijke oplossing voor heel veel problemen gaat worden. Problemen die ik niet ontken, maar die we als maatschappij met z’n allen aan moeten gaan.”

 

Vonne van der Meer, Winter in Gloster Huis, Uitg. Atlas Contact, € 17,99

 

KADER

 

Vonne van der Meer

Vonne van der Meer (Eindhoven, 1952) schreef tot nu toe elf romans en een aantal verhalen en toneelstukken. Bekend is de eilandcyclus, die zich op Vlieland afspeelt en de romans Eilandgasten (1999), De avondboot (2001) en Laatste seizoen (2002) omvat. Eilandgasten werd in 2006 verfilmd. Recent schreef Van der Meer De vrouw met de sleutel en Het smalle pad van de liefde, een roman waarin zij een bekeringsproces beschrijft. Van der Meer zelf bekeerde zich in 1994 tot het katholieke geloof. Zij is getrouwd met schrijver Willem Jan Otten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s