Interview Tjerk Oosterkamp: ‘Voor mij is vrijheid heel belangrijk’

1454510903_cw22012016Geloven en wetenschappelijk onderzoek doen gaan voor Tjerk Oosterkamp, hoogleraar experimentele natuurkunde in Leiden, naadloos in elkaar over. “In het christendom spreekt me die belofte ‘ik zal u vrijmaken’ heel erg aan. Dat verandert hoe ik in het leven sta.”

Dit artikel verscheen in CW, christelijk opinieblad

Boven de deur van het laboratorium waar Tjerk Oosterkamp met zijn promovendi werkt, staat een spreuk van de illustere natuurkundige en Nobelprijswinnaar Heiko Kamerlingh Onnes: ‘door meten tot weten’. Als hoogleraar experimentele natuurkunde staat Oosterkamp in een lange traditie, die ook wordt uitgebeeld door een wandje met handtekeningen van sprekers die een Ehrenfest colloquium hebben gegeven hebben gegeven, een traditie van inmiddels meer dan honderd jaar. Een eindeloze rij namen. Bij de verhuizing naar de campus buiten de binnenstad is deze wand uit het oude gebouw meegenomen, vertelt Oosterkamp.
Achter de deur bevindt zich een grote hal met stalen apparaten en elektrische bedrading. In het midden staan drie silo-achtige apparaten, twee witte en een lichtblauwe. “Dit zijn drie koelkasten waarmee wij experimenten doen”, legt Oosterkamp uit.
Oosterkamp werkt hier aan een ‘tastmicroscoop’ – de koudste ter wereld – die kan aangeven hoe oppervlaktes aanvoelen, ongeveer zoals een MRI-scanner dat kan, maar dan ongelooflijk nauwkeurig. Oosterkamp: “We zijn nu zo ver dat we niet alleen oppervlaktes kunnen waarnemen, maar ook onder oppervlaktes kunnen kijken.”
Zo’n tien jaar geleden schreef hij mee aan En God beschikte een worm, samen met collega-natuurkundige Cees Dekker. En recentelijk kwam hij op voor een andere gelovige wetenschapper, Onno van Schayck, die in de problemen kwam door een filmpje waarin hij aangaf gezien te hebben hoe het been van een patiënt op onverklaarbare manier aangroeide.
Geloven en wetenschap bedrijven – voor velen zijn het strikt gescheiden terreinen maar Oosterkamp pleit er juist voor om beiden te integreren.
“Het meest fascinerende aan wetenschap vind ik dat de werkelijkheid bizarre eigenschappen blijkt te hebben. Bijvoorbeeld dat ruimte en tijd heel wat ingewikkelder zijn dan we denken. Onze ervaring is misschien dat de ruimte als een soort ruitjespapier is, en dat de tijd iets is dat voortschrijdt. Maar als je goed meet, merk je dat er een vervorming van de tijd is en dat er plekken in het heelal zijn waar zoveel massa is samengebald, dat de tijd zelfs stil kan komen te staan.
Om zoiets te ontdekken, moet je heel veel doen en wat je ontdekt is uiteindelijk een raadsel. Zo zijn er nogal wat raadsels die de natuur ons voorschotelt.”

Het frame waarbinnen er over wetenschap werd gedacht was tot voor kort de tegenstelling schepping versus evolutie. Hoe komt het dat christenen zich daar vaak tegen verzetten?
“Ik denk dat dat verzet vooral komt vanwege het mechanistische van het evolutionaire denken. Wanneer mensen gaan denken: ‘als de schepping op die manier is ontstaan, dan kan er ook geen God meer zijn’ ontstaan er heel veel problemen. Ik denk dat dat niet nodig is. Als God de aarde op die manier heeft geschapen, dan kan hij nog steeds mijn schepper zijn. Ik zie dan nog steeds ruimte voor God die ingrijpt in mijn leven. Die gedachte is nieuw voor heel veel mensen. Maar het is hetzelfde als met geloven in de liefde. Als wordt aangetoond dat de liefde tussen mijn vrouw en mij ook te maken heeft met bepaalde geurstoffen die ervoor zorgen dat onze immuunsystemen elkaar aanvullen en wij daardoor gezondere kinderen kunnen krijgen, dan betekent dat toch niet dat ik niet ook op een andere manier van haar kan houden? Ik ben het ermee eens dat de aantrekkingskracht tussen een man en een vrouw een evolutionaire oorsprong kan hebben omdat het voor de gezondheid van het nageslacht uitmaakt welke man of vrouw iemand kiest. Maar toch geloof ik ook dat liefde een ‘drievoudig snoer’ is, en dat het maar goed is dat het niet alleen seksuele aantrekkingskracht is die ons bij elkaar houdt.”

Als wetenschapper maakt u er geen geheim van dat u ook gelooft en naar de kerk gaat. Wat motiveert u om daar zo expliciet over te zijn?
“Voor mij is vrijheid heel belangrijk. In het christendom spreekt me die belofte ‘ik zal u vrijmaken’ heel erg aan. Dat heeft veranderd hoe ik in het leven sta. Ik wil ook dat mijn studenten daar over leren nadenken. Ik doceer niet alleen om ze sommetjes te leren maken. Het gaat mij er ook om dat ze later een verantwoordelijke plek in de samenleving kunnen innemen. Dan moet je jezelf vragen kunnen stellen: waarom zou ik dit wel of niet doen?

Hoe pakt u dat aan?
“Ik ben bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het practicumonderwijs. Dan zeg ik tegen mijn studenten: voor deze zes studiepunten is iets heel anders nodig dan voor een willekeurig wiskunde vak, waar je ook zes studiepunten voor krijgt. Dit is geen leuk vak, want we trainen hier je probleemoplossende vaardigheden. We brengen je in een situatie waarin je niet meer weet wat je moet doen. Daarom is een practicum niet leuk. Je moet door een onprettige fase heen.’ Dan maak ik vaak een zijstap en zeg ik: ‘over vijf jaar ben je afgestudeerd en over tien jaar ben je misschien projectleider. Dan kijken ze naar jou, want jij was toch zo goed in analyseren en zo handig met getallen? Daarom moeten we dit nu oefenen.’ Dat verlaagt de drempel om in de pauze over dingen te praten die op andere vlakken lastig zijn.”

De wetenschap stimuleert een onderzoekende houding. Op welke manier inspireert dat uw manier van geloven?
“De dingen zouden anders kunnen zijn dan je denkt dat ze zijn. Dan kom ik op een uitspraak die mijn broer vaak aanhaalde van de Duitse schrijver Kurt Tucholsky: ‘het leven is helemaal niet zo, het is heel anders’. Dogmatiek is daarom zo belangrijk, omdat het de dingen helder benoemt. Tegelijkertijd is ook dogmatiek in beweging. De Kerk bestond zo’n 1500 jaar en Luther en Calvijn hebben ook niet alles bij het oude gelaten. Nog steeds gaat die ontwikkeling door.
Een gerelateerde is vraag hoe we omgaan met het materialistische wereldbeeld. Als we beseffen dat de tijd geen lineair proces is, dus niet overal rechtdoor verloopt, dan ga je anders over de eeuwigheid nadenken. Of over de uitspraak dat God overal is. We weten dat elektronen onderling verbonden zijn, en dat ze kennis over andere elektronen meebrengen, maar hoe dat kan weten we niet. Pas vroeg een hoogleraar me: welk experiment zou jij willen doen, en op welke manier zou dat veranderen hoe we over God nadenken? Dat zou dan gaan over de bizarre verstrengeling van ruimte en tijd, dat dat begrippen zijn die niet in graniet gebeiteld staan.”

In de middeleeuwen dachten ze heel fysiek over de opstanding, in termen van deeltjes die weer bij elkaar kunnen komen en zo een lichaam vormen. In hoeverre is zo’n benadering nog verdedigbaar?
“(denkt na) Het evangelie zegt dat er een speer in Jezus’ zij werd gestoken en dat er bloed en water uitkwam. Het is moeilijk voor te stellen dat een lijf op moleculair niveau weer helemaal gaaf zou worden. Maar dan denk ik weer aan wat die uitspraak: het leven is helemaal niet zo, het is heel anders.
Ik kan me makkelijker voorstellen dat wat er van ons overblijft, aan onderlinge verbondenheid, in het nieuwe Jeruzalem blijft bestaan. Ik heb daar geen model voor, maar toch. Tot nog toe is de werkelijkheid zo bizar, dat je moeilijk met zekerheid kunt zeggen dat het niet kan.
Ondertussen blijf ik dan maar hechten aan de fysieke opstanding, ook al is God immaterieel. Ik heb weleens gezegd dat ik in de opstanding van Jezus geloof, ongeveer net zoals ik in elektronen geloof. We weten echt niet wat een elektron ten diepste is, maar het is in ieder geval geen klein biljartballetje. Toch geloof ik echt dat elektronen bestaan. Je kunt ze gebruiken, en dus moeten ze wel bestaan. Je kunt ze door een beeldbuis heen schieten, zoals bij oude televisies gebeurt en dan licht er iets op aan de voorkant van de beeldbuis.
Heel veel abstractieniveaus verder kun je zeggen dat het geloof in de opstanding mensen heeft veranderd. Voor de opstanding waren er geen ziekenhuizen, niet lang daarna waren ze er wel. Hoe kan dat? Zo geloof ik dat ook de mensenrechten er niet zouden zijn geweest, zonder de joods-christelijke traditie. Er is iets veranderd in hoe mensen naar elkaar kijken.
Het grootste wonder, nog groter dan de opstanding, blijft voor mij dat God van mensen en van mij houdt. Daar geloof ik in. ”

Nels Fahner

[kader] ‘Een zeventjescultuur is goed genoeg’
Prof. dr. ir. Tjerk Oosterkamp (1972) is hoogleraar experimentele natuurkunde in Leiden, lid van de Jonge Akademie. Hij heeft enkele jaren geleden een VICI-subsidie (één van de grootste persoonlijke subsidies voor wetenschappelijk onderzoek in Nederland) toegekend gekregen.
Oosterkamp is lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Oegstgeest, is getrouwd en heeft 4 kinderen.
Liefde voor de wetenschap kreeg hij onder meer mee van een oudoom die professor was.
“Als hij langskwam, dan gaf hij raadseltjes op. Bijvoorbeeld: je springt in een kanaal en je zwemt een stuk heen en terug. Ben je dan even lang onderweg wanneer dat kanaal een rivier is, die stroomt? Dan heb je één keer de stroom tegen en één keer mee. Ik zat ’s avonds vaak te rekenen, in mijn hoofd, vlak voor het slapen gaan.”
Als kind werd hij ooit genezen van een nieraandoening. “Dat heeft mij het besef gebracht dat het een geschenk is, het leven. Dat ik onder andere omstandigheden nog geen 20 jaar was geworden.”
Omdat hij zijn studenten probeert te stimuleren om zelfstandig na te denken, keert Oosterkamp zich fel tegen een platte prestatiecultuur. Wetenschap gaat om vorming, en maar in beperkte mate om feitenkennis. “Deze winter wil ik een opiniestuk schrijven met de titel ‘een zeventjescultuur is goed genoeg’. Je verliest zoveel vrijheid als studenten precies dat gaan lezen wat er getoetst wordt voor een examen. Als studenten ook een zes mogen halen, hebben ze veel meer vrijheid om hun tijd naar eigen inzicht in te richten.”
In zijn vrije tijd speelt Oosterkamp graag trompet, een instrument dat hem moeite kostte om te leren bespelen en juist daarom een bijzondere betekenis voor hem heeft. “Je hebt natuurlijk de uitspraak dat je God liefhebt met je hart, ziel en verstand. Die drie aspecten van mens-zijn vind ik alle drie belangrijk. Het verstand komt bij mij wel aan bod. Maar als ik trompet speel, worden ook die andere aspecten gevoed.“

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s